Je wílt ontspannen, maar het lukt niet — hoe komt dat?

“Ik weet dat ik moet ontspannen… maar het lukt gewoon niet.”

Het is iets wat ik vaak hoor, en misschien herken je het zelf ook wel. Je hebt eindelijk even tijd, je gaat zitten, en toch voelt het niet rustig. Je hoofd blijft doorgaan, je lichaam voelt gespannen en ergens lijkt er een onrust te blijven draaien die je niet uitgezet krijgt.

Ik herken dat zelf ook heel goed. Er was een periode waarin mijn hartslag simpelweg niet meer terugzakte naar rust. Ik kon stil zitten, niets doen, maar mijn lichaam bleef in een soort stressstand hangen. Mijn gedachten bleven maar doorgaan, alsof er continu iets opgelost of geregeld moest worden. Juist de momenten waarop het stil werd, voelden het meest onrustig.

En dat is precies wat het zo verwarrend maakt. Je doet wat “zou moeten werken”, maar het werkt niet.

Wat veel mensen dan denken, is dat ze iets verkeerd doen. Dat ze beter hun best moeten doen om te ontspannen. Maar ontspannen is geen kwestie van wilskracht. Je kunt nog zo goed begrijpen dat je rust nodig hebt, als je lichaam daar niet in mee kan, gebeurt er weinig.

Sterker nog, vaak gebeurt het tegenovergestelde. Zodra je stopt met doen en gaat zitten, wordt de onrust juist voelbaar. Gedachten versnellen, je lichaam lijkt alerter te worden en het kan zelfs voelen alsof er spanning of lichte paniek opkomt. Dat is geen teken dat je het verkeerd doet, maar een teken dat je lichaam nog niet gewend is aan rust.

Ons lichaam wordt aangestuurd door het autonome zenuwstelsel, dat grofweg twee standen kent. Een stand van activatie — waarin je alert bent, handelt, presteert — en een stand van herstel, waarin je lichaam kan ontspannen en opladen. In een gezonde situatie wisselen die elkaar vanzelf af.

Maar wanneer je langere tijd onder druk hebt gestaan, kan je systeem als het ware blijven hangen in die actieve stand. Je lichaam raakt gewend aan spanning. Je hartslag blijft wat hoger, je ademhaling oppervlakkiger, je spieren aangespannen. En hoe langer dat duurt, hoe minder vanzelfsprekend het wordt om weer terug te schakelen.

Binnen de polyvagaaltheorie wordt dat ook wel beschreven als een verandering in je neuroceptie: het onbewuste systeem dat continu scant of iets veilig is. Als dat systeem langere tijd onder druk heeft gestaan, wordt het gevoeliger en gaat het sneller “gevaar” signaleren, ook op momenten waarop er eigenlijk niets aan de hand is.

En dan ontstaat er iets wat veel mensen herkennen. Je zit op de bank, er is rust, maar je lichaam voelt dat niet zo. Het blijft alert, alsof het ergens op voorbereid moet zijn. En juist daardoor lukt ontspannen niet, hoe graag je dat ook wilt.

Wat ik vaak zie, is dat mensen dan in actie schieten. Ze gaan iets doen om die onrust niet te hoeven voelen. Even opruimen, nog iets regelen, afleiding zoeken. Begrijpelijk, maar het houdt het systeem juist in stand. Je lichaam leert daarmee namelijk dat stilvallen blijkbaar niet veilig is.

Soms helpt het om een tussenstap te maken. Niet direct van “aan” naar volledige stilte, maar via activiteiten die het lichaam helpen om te reguleren. Denk aan wandelen, bewegen, muziek maken, dansen, iets creatiefs doen. Activiteiten waarbij je wel in beweging bent, maar niet hoeft te presteren. Gewoon omdat het prettig is, niet omdat het moet.

Wat daarin vaak misgaat, is dat we ontspanning benaderen zoals we alles benaderen: als iets wat we goed moeten doen. Meditatie wordt een taak. Yoga wordt iets waarin je moet slagen. En juist dat maakt dat het niet werkt.

De grootste misvatting over ontspannen is misschien wel dat het makkelijk zou moeten zijn.

Maar als je gewend bent om veel te dragen, veel verantwoordelijkheid te nemen en dingen goed te willen doen, dan is ontspannen helemaal niet vanzelfsprekend. Dan staat het vaak onderaan je lijstje. Eerst alles afmaken, eerst zorgen dat alles klopt — en als er dan nog tijd over is, misschien ontspannen.

Terwijl het eigenlijk precies andersom werkt. Juist als je lichaam tot rust kan komen, ontstaat er ruimte. Kun je helderder denken, beter voelen wat nodig is en veel efficiënter omgaan met alles wat er op je afkomt.

En dat vraagt iets anders dan harder je best doen. Het vraagt dat je leert luisteren naar je lichaam en dat je het weer de ervaring geeft dat het veilig is om te ontspannen.

Dat is geen snelle stap, maar een proces. Een proces waarin je systeem stap voor stap weer leert schakelen, en waarin rust weer iets wordt wat kan ontstaan, in plaats van iets wat je moet afdwingen.

Er is ooit tegen mij gezegd: je moet elke dag tien minuten mediteren. Tenzij je het heel druk hebt en veel stress ervaart — dan moet je er een uur van maken.

En ergens zit daar precies de kern.

Herken je dat je wel wilt ontspannen, maar dat je lichaam niet mee lijkt te werken?

Je bent welkom om samen te kijken naar wat er bij jou speelt. In alle rust, stap voor stap.

Misschien vind je dit ook interessant